Bart: ‘Deventer is een van de best onderzochte steden van Nederland’

Bart Vermeulen (Gouda, 1979) werkt als stadsarcheoloog in de Koekstad. In het IJsselhotel, met uitzicht over de skyline van Deventer, vertelt hij over stadsrekeningen uit de Middeleeuwen, opgravingen bij het voormalige leprozenhuis St. Jurriën, de hanzetijd en over wat hij nog níét weet. 

Ik was twaalf toen ik als amateurarcheoloog begon in mijn geboorteplaats Gouda. Het zijn de binnensteden die me trekken. Een binnenstad is hoogdynamisch, de druk op de ruimte is groot, iedereen wil er wat. Met een kwastje in alle rust werken is er in 99 van de 100 gevallen niet bij. In veel binnensteden vind je prachtige verhalen, maar Deventer is dankzij haar lange geschiedenis extra boeiend. Het is een stad die na de Romeinse tijd opkomt en tot en met de Hanzetijd behoort tot grotere steden van het land. Voor archeologen met speciale interesse in de Middeleeuwen, zoals ik, is dit een mooie omgeving om in te werken.

Bart Vermeulen

In de binnenstad van Deventer zijn er in de afgelopen decennia honderden opgravingen en waarnemingen gedaan. Vijf tot tien procent van de oppervlakte is onderzocht. Het lijkt misschien weinig, maar het maakt Deventer een van de best onderzochte steden van het land. Met dank aan de uitgesproken materiële cultuur zijn we veel te weten gekomen over de bloeiperiode van de stad, die loopt van de veertiende tot en met de zestiende eeuw. Gotische versieringen, afbeeldingen op mesheften, heiligenbeelden: versiersels waren in die tijd alom vertegenwoordigd. 

Volg de Koekstad: TwitterInstagram of Facebook.

Wat ik leuk vind is de combinatie tussen archeologie en historie. Deventer heeft bijvoorbeeld een interessante stadsrekeningen-reeks. Als wij stedelijke dienaars waren geweest, mochten we deze kopjes koffie declareren bij de stad. Boeken vol met rekeningen zijn bewaard gebleven: onderhoudskosten van de torens, de aanschaf van pijl en bogen, je vindt er van alles in terug. Dankzij dit soort archieven, archeologische vondsten én boeken – waarin mensen opgeschreven wat ze dachten –  lukt het om dichtbij de maatschappij van toen te komen. Dat maakt de Middeleeuwen ook zo leuk. En toch: telkens als ik denk dat ik weet hoe het zit, concludeer ik dat er nog veel meer is dat we níét weten. 

Deventer in 1578

‘Over vier, vijf plekken hebben we nog grote vragen. Neem de Brink. Pas bij de uitbreiding van de stad omstreeks 1200 kwam het plein er. Hoe zat het daarvoor op die plek? Of het Grote Kerkhof. Sinds de achtste eeuw is een groot deel van de Deventer bevolking daar begraven in kisten, sarcofagen en lijkwaden. Uit de duizenden skeletten kunnen we informatie halen over de bevolking van Deventer door de eeuwen heen. Verder weten we nog heel weinig over de houten variant van de kerk die Lebuinus in 768 bouwde. En natuurlijk het Noordenbergkwartier. Men dacht lange tijd dat de omgeving rondom het Muggeplein pas in de twaalfde of dertiende eeuw bij de stad is getrokken. Op basis van onderzoek weten we inmiddels dat dat niet zo is. Ik zou er graag nog eens terugkeren om daar verder onderzoek te doen.

Verhalen uit de Koekstad in je inbox? Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Op de plek van het voormalige leprozenhuis St. Jurriën heb ik mijn eerste onderzoek gedaan. Het was in 2000, ik studeerde Archeologie aan de Universiteit van Amsterdam en liep stage in Deventer. Lepra kwam in de Middeleeuwen veel voor in Europa. Het is een besmettelijke ziekte, maar ook een ziekte waarmee je lang kunt leven. De oplossing: leprapatiënten werden als zijnde dood verklaard, uit de maatschappij gehaald en verplicht om in een Leprozenhuis te wonen. Meestal op dit soort plekken buiten de stad. Tijdens de opgraving vonden we een tolhuis net buiten de muren van het leprozenhuis en resten van de landweer, een soort grenswal. De situatie komt exact overeen met die op het bekende schilderij van het beleg van Deventer door Graaf van Rennenberg.

De Hanze vind ik ook een interessant thema. Globalisering lijkt iets van de laatste decennia, maar binnen Europa werden goederen – en dus ideeën – al in de Middeleeuwen wijd verspreid. Er was sprake van een vervlochten economie. Producten die aan de ene kant van Europa werden gemaakt, doken aan de andere kant op. Neem de munten die vanaf de tiende eeuw in Deventer werden geslagen. Die vinden we hier nauwelijks, maar onze collega’s in Scandinavië vonden er duizenden. Het Hanzenetwerk was een levendig gebeuren. In Deventer kwam een grote groep handelaren die heel Europa doorreisde.

In de stad hebben we helaas beperkte mogelijkheden om deze verhalen te vertellen. Het is een langlopende discussie. Het liefst bieden we in museum De Waag zowel een vaste tentoonstelling als thematentoonstellingen aan, maar daarvoor hebben we te weinig ruimte. We kiezen nu voor thematentoonstellingen, terwijl De Waag er eigenlijk niet zo geschikt voor is. Het zijn nou geen strakke museumzalen waar je gemakkelijk een nieuwe opstelling in- en uitrolt. Op dit moment is het plan voor een compleet nieuw museum aan de Brink van tafel. Samen met het college onderzoeken we in de komende maanden wat er mogelijk is. Ons voorstel: we behouden de huidige locatie op de Brink voor een vaste tentoonstelling over de geschiedenis van Deventer en gaan op zoek naar een andere locatie voor onze thematische tentoonstellingen.’

Bart Vermeulen is sinds 2002 als archeoloog verbonden aan de Gemeente Deventer (vanaf 2008 als gemeentelijk archeoloog). Sinds begin dit jaar is hij tevens zakelijk directeur van Stichting Deventer Verhaal, de organisatie achter onder meer museum De Waag en het Speelgoedmuseum. De algemeen directeur van die stichting, Garrelt Verhoeven, stapte recent op. Bart: ‘Volgend jaar zal ik de positie van Garrelt nog een tijdje op me nemen als interimmer, daarna keer ik volledig terug naar mijn rol als archeoloog. Ik heb gemerkt dat het niet mogelijk is om beide rollen op de lange termijn goed in te vullen.’

Volg Bart op LinkedIn en Facebook

Geef een reactie