Karel: ‘Ik wil recht doen aan de verschillen tussen de Randstad en de periferie’

‘Wat als onze nationale talkshows zouden worden opgenomen in Doetinchem? Wat als het Boekenbal in de schouwburg van Hengelo zou plaatsvinden? Wat als de NRC in Deventer gemaakt zou worden?’ Met dit journalistieke what-if scenario in zijn achterhoofd fietst journalist Karel Smouter (Dalfsen, 1983) door Oost-Nederland op zoek naar verhalen. In de tuin van zijn ‘redactielokaal’ in de binnenstad van Deventer vertelt hij over de kloof tussen de Randstad en ‘de periferie’.

Tekst: Job Hulsman
Foto’s: Isabelle Renate la Poutré

‘Mijn hypothese is dat er een centrum is dat te weinig begrijpt van de periferie en dat de periferie te weinig begrijpt van het centrum. Wat als we de rollen omdraaien? Al snel ontdekte ik dat het centrum alleen het centrum is in de ogen van het centrum zelf. In Oost-Nederland ontmoette ik mensen die niet meer naar De Wereld Draait Door keken omdat ze het programma te Amsterdams vonden. “Ik herken me niet in de media”, zeiden anderen. Ik trek me dat aan. In de journalistiek zeggen we te makkelijk: “Het ligt niet aan ons, maar aan die domme mensen.” Tweederde van de journalisten woont in de Randstad, terwijl tweederde van de bevolking buiten de Randstad woont. De journalistiek is een gesprek van de samenleving met zichzelf. Als dat gesprek alleen maar gevoerd wordt door mensen uit hetzelfde postcodegebied wordt het een eenzijdig gesprek.

‘Mijn fiets is de ideale journalistieke ijsbreker.’

‘“Waar gaat je eerste verhaal over?” vroegen ze bij NRC toen ik er een jaar geleden startte als correspondent Oost-Nederland. Het was me opgevallen dat veel boeren een omgekeerde Nederlandse vlag op hun erf hebben hangen en ik stelde voor om daar een verhaal over te maken. De eerste reactie van de krant vond ik veelzeggend: “We moeten dat boerenprotest niet groter maken dan het is.” Ik zag het van dichtbij, ik voelde de onrust broeien. Toen de boeren niet veel later inderdaad van zich lieten horen merkte ik meteen het voordeel van mijn nabijheid. Bij de start van de stikstofcrisis had ik, mede dankzij mijn verhaal over de omgekeerde vlaggen, reeds contact met meerdere boeren. Bovendien zat ik in verschillende app-groepen van actievoerende boeren. Zo wist ik eerder wat de boeren van plan waren dan mijn collega’s in de Randstad.

Verhalen uit de Koekstad in je inbox? Meld je aan voor mijn nieuwsbrief.

Journalistiek is conflictgedreven. Daar worstel ik zelf ook mee. Ik fiets naar Noord Deurningen omdat een man zich niet aan de coronaregels houdt en zijn supermarkt moet sluiten. Daar teken ik, zoals zo vaak, op dat die man zich achtergesteld voelt en zich niet aan de regels uit het verre Den Haag wil houden. De uitzondering krijgt de aandacht en zo groeit de kloof verder. Als media zetten we boeren graag tegenover stedelingen, de stad tegenover het platteland en Deventer tegenover Amsterdam. We schetsen een beeld van de werkelijkheid, maar de werkelijkheid zelf is veel genuanceerder dan dat beeld. Een boze boer is niet alleen een boze boer, maar ook een bezorgde boer die zijn beroepseer beschermt. Daar kan ik me als freelance journalist – ook een precaire positie – best in verplaatsen. Ik vraag steeds vaker in interviews: wat is het grootste misverstand dat over jou bestaat? En: wat zou je willen dat een stedeling over jou begrijpt? Wanneer je elkaar leert kennen ontdek je dat de wereld minder eendimensionaal is dan je op voorhand denkt. 

‘Om eerlijk te zijn vreesde ik ervoor om uit beeld te raken.’

‘Neem Bökkers. Van een afstandje denk je: boerenrockband. Maar als ik je vertel dat drie van de vier leden vegetarisch zijn, één de rockacademie deed en een ander kunstenaar en grafisch vormgever is wordt het beeld meteen minder zwartwit. Als ik vandaag een boze Farmers Defence Force-boer wil spreken heb ik die binnen vijf minuten aan de lijn en geeft hij me precies de quotes die ik wil hebben voor een pittig stuk. Alleen: wat schieten we ermee op? Ik wil de verschillen tussen de Randstad en de periferie niet wegpoetsen, niet doen alsof iedereen hetzelfde denkt als je maar goed luistert. Wat ik wil is burgers met elkaar in gesprek brengen door ze over elkaar te informeren. De kunst daarbij is om ook op zoek te gaan naar de middengroep, naar de grijstinten. Tijdens de verzuiling vochten we verschillen op ideologische grond uit, maar de zuilen samen vormden nog altijd een gebouw. Dat is nu minder. Het idee dat we samen een land vormen waarin we het met elkaar moeten rooien staat onder druk.’

‘Ik hield serieus rekening met het einde van mijn carrière in de landelijke journalistiek’

Karel woonde en werkte jarenlang in Amsterdam. Familieomstandigheden brachten hem in 2015 naar het oosten van Nederland. ‘Om eerlijk te zijn vreesde ik ervoor om uit beeld te raken. Ik hield serieus rekening met het einde van mijn carrière in de landelijke journalistiek. Die vrees kwam niet uit. Ik heb van de afstand een voordeel gemaakt. Tegelijkertijd is het gek dat ik dat zeg, want vanuit Deventer ben ik net zo snel op de redactie van NRC in Amsterdam dan mijn collega’s uit Rotterdam. Hoezo afstand? Het is journalistiek van belang dat de krant aandacht besteedt aan heel Nederland. Bovendien is het commercieel interessant. Het stoort me als collega’s zeggen: “Zo, helemaal uit Deventer vandaag?” Gelukkig zijn er steeds meer die zeggen dat ze blij zijn dat er iemand is die het oosten van het land in beeld brengt.

‘De verhalen liggen in dit deel van het land op straat.’

Als jonge journalist dacht ik altijd: ik moet het land uit, alles is hier wel zo’n beetje beschreven. Ik ging met bevriende journalisten naar Iran, waar ik verhalen maakte over hoe de bevolking tussen de regels van de ayatollahs doorleeft en op creatieve manieren in verzet komt. Ik ben op plekken geweest waar de hasj in bergen op tafel lag en waar punkbands optraden. Dat ik als zesendertigjarige zo senang zou zijn als correspondent Oost-Nederland had ik toen nooit gedacht. Eigenlijk is de kick vergelijkbaar. Je verwonderen en verbazen kan uiteindelijk overal. Als je je voelsprieten maar uitzet en bereid bent om mensen te leren kennen. De verhalen in dit deel van het land liggen op straat en ik ben een van de weinigen die in de wei graast. Soms voel ik me net een castingbureau voor landelijke media.

Volg de Koekstad via Twitter of Facebook.

‘Het beeld van de periferie als een achterlijk gebied waar je liever niet wilt zijn is aan het kantelen. Oost-Nederland wordt steeds meer gezien als een gebied met kansen voor ideeën, een gebied met ruimte voor je leven. Zo stuitte ik per toeval, omdat ik op de fiets was en een slaapplek nodig had, op For-rest Glamp, een pop-up camping in de Achterhoek van festivalbouwers die zonder werk zitten. De camping wordt bevolkt door Randstedelingen die zeggen: “Wat is het hier geweldig!” Het volgende project van de initiatiefnemers is een remote workspace voor IT’ers uit de Randstad: Silicon Forest. Naar Amerikaans voorbeeld, want ook vanuit Silicon Valley trekken steeds meer mensen naar het platteland. Volgens mij zou je best kunnen stellen dat de vrijheid en ruimte die we hier hebben de regel is en dat het grootstedelijke leven de uitzondering is. Nederland is eigenlijk te klein voor één centrum. Waarom van Nederland niet het Randland van Europa maken?

‘Ze kennen me een beetje, dat helpt.’

‘Ik heb niet de illusie dat het het Boekenbal ooit echt in Hengelo georganiseerd wordt, maar de coronacrisis kan wel een interessante versneller zijn van een verschuiving. Ook in de journalistiek. Waarom klonteren we als journalisten samen op één plek? Een redactievloer is een negentiende eeuws fenomeen, ontstaan in een tijd waarin journalisten hun kopij lieten zakken naar de ondergelegen drukpers. Ik denk dat het veel slimmer is als kranten in alle hoeken van het land flexwerkplekken openen waar journalisten kunnen werken en waar burgers en journalisten elkaar kunnen ontmoeten. Ik speel met de gedachte om een persbureau te beginnen voor nieuws en verhalen uit Oost-Nederland. Er zijn verhalen genoeg, nu de vraag van media nog. Het voordeel is dat ik carrière heb gemaakt in de Amsterdamse journalistiek.’ Karel aarzelt en lacht. ‘Ze kennen me een beetje, dat helpt.’

__


Karel Smouter is filosoof en journalist en woont sinds 2016 in Deventer. Hij schrijft verhalen voor onder meer NRC en De Groene Amsterdammer. Van 2013 tot 2017 was hij  adjunct-hoofdredacteur van De Correspondent. Samen met journalist Remko den Boef publiceerde hij in 2012 Eenmaal Oranje, een boek over voetballers met slechts één interland achter hun naam.

4 Comments

Add Yours →

Mooi om dit thema zo neer te zetten. Ik kom als ambulance verpleegkundige zzp er ook door heel Nederland en zie hetzelfde fenomeen.
Nederland is meer dan de Randstad en daar moeten we meer gebruik van maken.
Niet alleen op journalistiek terrein, maar breeduit.

Ha Karel, wij waren bij de eerste trek naar het Oosten. 2000. Twee appartementen verruild voor een huis in het Bos in het mooie Wapenveld Noord. Ruimte volop en een Zee van rust. Met Zwolle, Deventer en Apeldoorn op kleine afstand. Tussen de rivier en het Veluwe massief. Na twee jaar Aruba een oase…
Mocht je een keer via het pontje oversteken, kom dan gerust naar Bosweg 8 Wapenveld.

Ps mooi verhaal in Tear magazine!

Geef een reactie