Mano: ‘Voor je het weet ben je een soort Brugge’

Hij wordt nog altijd in één adem genoemd met het Burgerweeshuis, maar Mano Scherpbier (Nieuw Zeeland, 1979) is meer dan alleen voormalig poppodium-directeur. Bij OSCAR in de bieb vertelt hij over de balans tussen hip en rauw, het initiatief DEV&TER en 10 april, de dag waarop Deventer werd bevrijd. 

Ik zat in de tweede klas van de middelbare school toen mijn vader op een dag zei: “Ik heb ontslag genomen. Ik begin een camping in de Kop van Overijssel.” Mijn broertje en ik vonden het best een romantisch idee, maar het betekende wel een verhuizing. Weg uit Delft, op naar Steenwijk. Op de eerste training bij mijn nieuwe voetbalclub zeiden ze dat ik raar praatte. Terwijl ik alleen maar dacht: “Jullie moeten jezelf eens horen.” Uiteindelijk integreerde ik snel. Het is goed voor me geweest, want tot onze verhuizing was ik erg op het westen georiënteerd. Wie goed luistert hoort nog steeds een Delftse r. Via Steenwijk heb ik deze kant van het land leren waarderen. Van een terugkeer naar de Randstad is het nooit gekomen.

Voor een stage bij het Burgerweeshuis belandde ik in 1999 in Deventer. Ik studeerde en woonde destijds in Utrecht en werd hier opgevangen door Pascal Bouma, toen bedrijfsleider bij Burger, later directeur. Pascal was een extreem hartelijke man en zorgde er eigenhandig voor dat ik me vanaf dag één thuisvoelde in de stad. Ik kon overal blijven slapen en Pascal sleepte me mee de stad door. Hij en ik werden al snel beste vrienden. Kort na zijn overlijden in 2008 ben ik directeur geworden van het Burgerweeshuis. Terugkijkend waren het zeventien toffe, intensieve en soms wilde jaren. Ik heb er veel geleerd, vooral over mijzelf.

De stad leerde ik pas echt goed kennen toen ik vorig jaar projectcoördinator werd van Deventer 1250. Ineens zat ik om tafel met historische verenigingen, koren, werkgevers en andere instanties. Ik realiseerde me dat ik al die jaren toch in een soort muziekbubbel heb geleefd. Nauw betrokken bij het jubileumjaar ontdekte ik meer over de rijke geschiedenis en het DNA van de stad: gastvrij en divers, met dank aan de IJssel. Ik was al ambassadeur van Deventer, maar sindsdien ben ik het helemaal. Voor mijn functie verdiepte ik me onder meer in citymarketing. Hoe profileren we ons? Eén van mijn conclusies: Deventer is in trek, we verhippen aardig. Dat is positief, want ik ben vóór verandering. Aan de andere kant zeg ik: laten we ervoor zorgen dat Deventer haar rauwe randje niet verliest.

Verhalen uit de Koekstad in je inbox? Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Voor je het weet ben je een soort Brugge en vragen mensen: “Waar is de uitgang?” of “Hoe laat gaan jullie dicht?” Deventer is meer dan een historische stad met leuke horeca. Brouwerij Davo, de Hip, St. Maxime, ik ben blij dat ze er zijn, maar de zomerkermis is óók Deventer. Net als Ons Café, dat helaas haar deuren heeft moeten sluiten. Het zou mooi zijn als hip en rauw hier naast, en het liefst door elkaar kunnen blijven bestaan. Mensen uit het Rode Dorp moeten zich ook thuisvoelen in de binnenstad. Het Havenkwartier is inmiddels ook al een yuppenplek. Waar in Deventer vind je nog een illegaal feestje? Waar kun je als jonge muzikant of kunstenaar vrijuit experimenteren? Ik zou het op dit moment even niet weten, maar ik ben inmiddels ook al een oude lul met een jong gezinnetje. Ik hoor het graag van de twintigers van nu. 

Met DEV&TER willen we jonge mensen weer een stem geven in de stad. Het initiatief ontstond tijdens Deventer 1250. Ik ging langs bij werkgevers om te peilen wat zíj́ wilden met het jubileumjaar. Karin Sluis van Witteveen+Bos, Haico Meijerink van Drukwerkdeal, Laurent Bakker van Tauw, allen zeiden ze: de geschiedenis van Deventer is iets om trots op te zijn, maar hoe houden we de stad aantrekkelijk voor toekomstige generaties? Daarover zijn we in gesprek gegaan met de young professionals van die bedrijven. Het smaakte naar meer en zo ontstond DEV&TER. Inmiddels buigen Saxion-studenten zich over de centrale vraag van het project. Ze zoomen in op drie onderdelen: wonen, uitgaan en events, en werk. In januari presenteren ze de uitkomsten. Op basis van de bevindingen willen we vervolgens concrete projecten opstarten. Hopelijk met steun van de gemeente en het bedrijfsleven, want als we Deventer verder willen brengen moeten we over de grenzen van onze eigen toko’s heen kijken.

Volg de Koekstad: Twitter, Instagram of Facebook.

Zelf ben ik op dit moment druk als coördinator van het programma Overijssel Viert 75 Jaar Vrijheid. De vraag die ik de laatste tijd vaak stel: “Weet jij op welke dag jouw stad of dorp is bevrijd?” Veel mensen weten het antwoord niet. Deventer is bevrijd op 10 april. Met de Vrijheidstour die volgend jaar april door de provincie trekt willen we alle Overijsselaars bewust maken van wat er waar gebeurde in de maand van de bevrijding van Overijssel. In Deventer herinnert het Twentolmonument ons bijvoorbeeld aan zeven verzetsstrijders die op 10 april nog werden gedood door de Duitsers. Eén Duitser weigerde om aan die executie deel te nemen en werd gedood door zijn eigen commandant. Voor mij is hij ook een held. Ik krijg weer kippenvel als ik het vertel.’

Afbeelding: overijsselviertvrijheid.nl



Mano is coördinator van het programma Overijssel Viert 75 Vrijheid en werkt als kwartiermaker bij poppodium Hedon in Zwolle. Daarnaast is hij adviseur bij het Fonds Podiumkunsten en mede-organisator van Street Art Streets. Voorheen was Mano projectcoördinator van Deventer 1250 en lid van het 4 mei comité Deventer. Van 1999 tot en met 2016 was hij actief bij het Burgerweeshuis. Eerst als stagiair, later als projectmanager en van 2008 tot en met 2016 als directeur.

Volg Mano via Twitter, Instagram en LinkedIn

Geef een reactie