Wim: ‘De IJssel heeft iets liefelijks’

Wim Eikelboom (Zwolle, 1968) weet alles over de IJssel. Hij geniet (en mijmert) er wat af langs oevers en in uiterwaarden. De nieuwe verhalen blijven zich aandienen, mede dankzij de mensen die hij spreekt voor zijn podcastserie Rivierverhalen. Ik wandelde een ochtend met Wim mee door de Duursche Waarden tussen Deventer en Zwolle en vroeg: hoe doe je dat nou, een beetje genieten van de IJssel?

Tekst: Job Hulsman
Foto’s: Isabelle Renate la Poutré

Een vrijdagochtend iets na zeven uur. We staan op de uitkijktoren, vlak naast de overblijfselen van de oude steenfabriek. Stil is het, op het gezang van enkele vogels na. Wim: ‘Deze rust, heerlijk. En dan te bedenken dat het hier ooit totaal anders was. Langs de IJssel stonden zevenenveertig steenfabrieken. De seizoensarbeiders, die met bootjes vanaf de overkant van de rivier kwamen en in arbeiderswoningen verbleven, werkten hard en stookten de ovens flink op. Eerst met hout, en toen al het hout in de uiterwaarden was opgebrand met turf. Stoomschepen voeren af en aan. Mensen zeggen nu: we gaan het landschap terugbrengen naar hoe het ooit was. Dan denk ik: “Wat is ooit?” Gaan we terug naar de negentiende eeuw? Want toen was dit een industriegebied. En daarvoor werd het landschap ontgind door kloosters.

‘Je voelt je hier snel op je gemak.’

Pas nadat ik in 2000 terugkeerde naar mijn geboortestad Zwolle ben ik de IJssel gaan waarderen. Ik ging anders kijken, beter. Misschien omdat ik een tijdje weg was geweest, of gewoon omdat ik een paar jaar ouder was. Vooral de wijdsheid van het landschap vind ik mooi. Veel rivieren zijn ingesnoerd door bebouwing, de IJssel niet. Eigenlijk is het maar een smal stroompje, overzichtelijk, geen imposante rivier. De oever aan de overzijde blijft altijd in zicht. Door die bescheidenheid heeft de IJssel iets liefelijks. Ze straalt rust uit, kalmte. Het is zoals het is, het gaat zoals het gaat, dat idee. Een Syrische vluchteling verwoordde het treffend in mijn podcast. Hij zei: “De IJssel is mijn beste vriend en ik denk dat ik ook de beste vriend ben van de IJssel.” Dat gevoel herken ik wel. Je voelt je hier snel op je gemak.’

Meer rivierverhalen van Wim? Aanstaande zondagochtend (2 augustus) leidt hij een ‘verwonderwandeling’ langs de IJssel bij Zalk. Van 09.00 tot 10.30 uur. Er is plek voor 20 deelnemers. Opgeven kan via rivierverhalen@solcon.nl.

Even later op het wandelpad beneden: ‘Ik loop drie keer per week hetzelfde rondje in de uiterwaarden bij Zwolle. Dan zeg jij: “Wat saai.” Maar dat is het niet. Wanneer je ergens vaker komt ga je veranderingen in het landschap zien.’ Wijst naar de lucht: ‘Toen we een half uur geleden vertrokken was het grijzig, nu breekt de zon door. Het licht verandert, er vaart een boot langs. In een rivierenlandschap is altijd dynamiek, heel anders dan het bos op de Veluwe. En het leuke is: hoe meer je weet, hoe beter je kijkt. Daarom vertel ik graag over de rivier. Als ik zelf wandel, het liefst vlak voor zonsopkomst in het vroege voorjaar, struin ik overigens maar wat rond. Ik ga nooit actief op zoek naar verhalen, ik loop gewoon. Mijmerwandelingen zijn het. Wanneer ik iets zie wat me opvalt, zoek ik het uit.’

Wim wijkt van het pad af en wandelt richting dichtbegroeide struiken. ‘Even kijken of we er nog kunnen komen. Gaan we ervoor? Wacht, hier zijn prikkelstruiken.’ Twee minuten later, op een ruig begroeide, soort natuurlijke binnenplaats: ‘Dit is zachthoutooibos in optima forma. Populieren, wilgen, hier mag de natuur haar gang gaan. Een wild systeem, zeg maar.’ Wijst naar rechts. ‘En in dat wilde systeem heeft mevrouw bever, daar, onder die boom, een burcht gebouwd, een hoogwatervluchtplaats. Hoe ik dat weet? Logisch nadenken en vragen stellen. Zie je al die afgeknaagde kleine takken? Die zijn daar niet vanzelf gekomen. Dat is beverhandwerk.’ Dertig meter verderop: ‘Bij bos denkt iedereen aan de Veluwe, maar dit is het puurste bos dat we in Nederland kennen. Hier komt geen mensenhand aan te pas. Ja, verderop wel, maar hier niet. Dat vind ik fascinerend. Even kijken, waar kwamen we vandaan, hier toch? Laten we het koeienpaadje volgen, dan kom je altijd goed uit.’

Verhalen uit de Koekstad in je inbox? Meld je aan voor mijn nieuwsbrief.

Terug op het wandelpad: ‘Vragen stellen is ook: “Hoe kan het dat hier ineens overal distels staan?”’ Stopt. ‘Kijk, dit is wel aardig. Hier zie je waarom een rivierduin een rivierduin heet. Dit stukje hier, dit bobbeltje witte zand, is afgezet door de rivier. En tussen dat zand bevinden zich zaden van alpengewassen. Ik ben geen plantenkenner, maar zie wel: heeeey, dat is leuk, dat kom je op andere plekken niet tegen. Een kwestie van opletten.’ Wim wijkt opnieuw van het pad af, daalt af richting een krib en zegt: ‘De IJssel is meer dan een afvoergoot. Als het water zakt valt er veel te ontdekken. In Deventer woont een man die bij laag water de meest wonderbaarlijke vondsten doet in dit soort baaitjes: munten, scherven, beeldjes, botten, noem maar op. En gewoon met het blote oog, hè? Eeuwenlang loosden mensen hun afval in de rivier. De restanten daarvan duiken nog steeds op. Recent nog is er bij Zutphen een bijzondere munt uit de Middeleeuwen gevonden. Zelf ga ik overigens liever op zoek naar sporen van de otter op dit soort plekken.

Onze natuur is voor negentig procent cultuurnatuur. We bedenken hoe natuur moet zijn. Dat is misschien een beetje ons lot omdat we maar weinig ruimte hebben, bovendien zijn we bouwers.’ Onderbreekt zijn eigen verhaal: ‘Kijk, dit soort doorkijkjes vind ik ook prachtig. Een mix van hardhout- en zachthoutooibos. Daar begint het moeras, als je hier verder loopt krijg je vanzelf natte voeten. Dit is het domein van de otter als het donker wordt.’ Dan weer over cultuurnatuur: ‘We geven telkens nieuwe bestemmingen aan het landschap. Weinig is nog oorspronkelijk. We hebben in de loop der jaren veel lopen graven en pielen. De Veluwe was vroeger zandgrond, er stond geen boom. Tot we bedachten: we hebben hout nodig, want daar verdienen we geld mee. We lieten bomen groeien, die we vervolgens ook weer kapten. Gelukkig leven we nu in een tijd waarin we bewuster omgaan met de natuur.’

Volg de Koekstad via Twitter of Facebook.

Wanneer we langs een veld met jonge, pas geplante eikenbomen lopen: ‘Ingrijpen of niets doen, het blijft lastig. Als we de natuur hier zijn gang laten gaan wordt het een chaos. Hooglanders grazen hier omdat de boel anders dichtgroeit. Er wordt gejaagd omdat we anders omkomen in de ganzen. De maaimachine gaat er eens per jaar doorheen omdat er anders plantensoorten verdwijnen. Menselijke ingrepen zijn nodig. Deze eiken zijn hier geplant omdat het hardhoutooibos een beetje hulp nodig heeft. En toch… Als kleine jongen ging ik vroeger kemphanen kijken bij Zalk. Die kemphanen zijn verdwenen. Net als de kwartelkoning. Kreks, kreks, kreks, die vogels produceren een fantastisch geluid. Maar het is weg. Waarom? Omdat we het gebied onder handen namen. Onder het motto: de natuur mag hier zijn gang gaan. De zeearend, de bever en de otter zijn terug, dat is de andere kant. Het is dubbel. Dat voel ik bijna altijd als ik langs de IJssel loop.’ Op een brug over de Scharpezeelsbank: ‘Hier moet je opletten, hier kan zomaar een bever oversteken.’

__

Wim Eikelboom woont in Zwolle en werkt als coördinator voor NPO Radio 1. Voor en na werktijd geniet hij van de IJssel. Voor zijn podcastserie Rivierverhalen gaat hij op zoek naar, inderdaad, verhalen over de rivier. De eerste negen afleveringen gaan over de IJssel en er zijn er nog twee in de maak. Daarna wil hij zijn vizier op een andere rivier richten. Beluister zijn podcast via Spotify of Apple Podcasts. Meer op www.rivierverhalen.nl.

Gewoon een beetje meegenieten met Wim? Volg hem dan via Twitter.

4 Comments

Add Yours →

Geef een reactie